Amsterdam kondigde vrijdag een bouwstop aan voor de stad. Alleen lopende projecten worden nog afgerond, de rest ligt in principe stil. Het is een belangrijke nieuwe stap op weg naar hetgeen zich langzaam aftekent als een Nederlandse bouwcrisis. Hoewel de economie zich langzaam herstelt, nemen in de bouw- en vastgoedsector de problemen juist verder toe.
De stap van Amsterdam kan gezien worden als moedig. Wat zich al twee jaar aftekent, een vraaguitval bij woningen en kantoren, durft de stad nu als eerste in helder beleid te vertalen. Ze kan echter ook beschouwd worden als dom. De bouwcrisis heeft kenmerken van een self-fulfilling prophecy en daaraan levert deze beslissing een majeure bijdrage. De symbolische betekenis van een bouwstop in de stad met de sterkste economie van Nederland, is groot. Ze zal andere gemeenten stimuleren om dezelfde afwegingen te maken en zo de branche verder tot stilstand brengen.
Ik begrijp goed dat gemeenten in deze tijd kritisch zijn over het opstarten van nieuwe bouwplannen. Bijvoorbeeld als ze elders tot leegstand leiden, of niet aansluiten bij de vraag van de markt. Ik kan mij echter niets voorstellen bij een stadsbestuur dat stilstand tot beleid verheft. Zij zou juist moeten knokken voor nieuwe investeringen en moeten kiezen voor plannen die in dit economisch klimaat wel levensvatbaar zijn. Het spreekt overigens voor zich dat dit niet per definitie de plannen zijn waar de gemeente zelf een groot economisch belang heeft.
Niet investeren in een stad is als een cactus geen water meer geven: ze houdt het nog best een tijdje uit maar ze zal niet meer bloeien. Elke gemeente die te rigide kiest voor het schrappen van bouwprojecten moet weten dat ze daarmee de vitaliteit van haar stad aantast. Veel verstandiger is het om projecten te selecteren op basis van kansen in de markt. En vervolgens gezamenlijk met de investeerders te knokken voor succes.
Tags: amsterdam, bouwcrisis, bouwstop, nieuwbouw, projectontwikkeling, vastgoed

http://www.honk.nl







