Spacemakers: vol van vastgoedinspiratie.

Home / Actueel / Trends / Opinie / Events / Educatie

Minister Blik van Autorijden wil een eenvoudig energielabel voor auto’s invoeren. De bedoeling is dat de automobilist het certificaat zelf downloadt en uitprint. De eigenaar mag vervolgens het certificaat invullen en inkleuren. Wel heeft hij zich te houden aan de kleuren geel, oranje en groen.

Het Energielabel voor auto’s is sinds 2003 verplicht in Europa. De Nederlandse overheid bleek het afgelopen decennium echter niet in staat om een besluit te nemen over de wijze van invoeren. “Dat is op zich niets unieks” verduidelijkt de minister. “Er zijn legio andere beleidsterreinen waar we de zaak ook al tien jaar op zijn beloop laten.”

Het doel van het Energielabel was om te stimuleren dat autobezitters bewuster worden van het energiegebruik. Ook moesten ze vaker kiezen voor een energiezuinige auto. Eerdere kabinetsplannen gingen er van uit dat gecertificeerde deskundigen de auto zouden bezoeken om de energiezuinigheid te beoordelen. Dat werd door velen te omslachtig gevonden.

Minister Blik bestrijdt de kritiek dat het energielabel op deze wijze haar doel voorbij schiet. “Doordat mensen nu zelf het certificaat gaan maken, hoeven de deskundigen de weg niet meer op. Dat bespaart juist een hoop energie.” Angst dat het label fraudegevoelig is heeft hij niet. “We vertrouwen er op dat de burger het certificaat eerlijk invult. We hebben daar goede ervaringen mee. Mensen komen vanuit heel Europa naar Nederland om formulieren eerlijk in te vullen. Zo zal het met dit label ook wel gaan.”

Om het maken van energielabels te stimuleren wil de minister jaarlijks een kleurwedstrijd uitschrijven. Wie het certificaat het mooist kan inkleuren mag bij hem op de koffie komen.

20

Jim Schuyt leest de trendanalyse over corporaties die het WSW uitbracht  en plaats er zijn kanttekeningen bij. 

Trendanalyse
Deze week bracht het WSW zijn altijd interessante trendanalyse over de periode 2013 -2017 uit. Er valt me een aantal trends op. Om de continuïteit te waarborgen gaan de huren omhoog en de investeringen omlaag. De maandhuur van een gemiddelde corporatiewoning stijgt van € 441 nu naar € 543 in 2017: een toename van 22%. Ik betwijfel of dit gaat gebeuren en ik denk dat we ons 'rijk' rekenen. Voor 2017 lopen we tegen de grenzen van de betaalbaarheid op.

Deze week zetten we de lijnen uit voor de begroting van de Alliantie. Wij gaan ervan uit dat na 2015 de huren niet meer stijgen dan 1% boven inflatie. Het WSW voorspelt dat er bijna 30% minder in de bouw van nieuwe woningen wordt geïnvesteerd. Ik ga ervan uit dat hier het bekende planningsoptimisme de boventoon voert en het percentage aan de lage kant is. Ik verwacht dat na 2015 investeringen harder zullen dalen. Het kabinet zou er goed aan doen om niet alle kaarten te zetten op de verhuurdersheffing, maar met een investeringsagenda te komen.

Opvallend is dat volgens het WSW de personeelsuitgaven een 'vlakke ontwikkeling tonen'. Om de operationele kasstroom te versterken beperken weliswaar vooral grotere corporaties de bedrijfslasten en vooral de personeelsuitgaven, maar over de hele linie nemen de lasten in de komende 5 jaar met 1,4% toe. Ook dit waag ik te betwijfelen. Ik verwacht dat de kosten omlaag gaan. Veel corporaties zijn doende handen en voeten te geven aan bezuinigingsoperaties. De effecten hiervan zijn pas zichtbaar in 2014 en 2015.

Rentespook
Na een sterke stijging in de afgelopen 5 jaar verwachtte ik dat de omvang van de geborgde leningen niet verder omhoog zou gaan. In 2014 en 2015 gaat deze omhoog, om daarna te dalen. Omwille van de financiële continuïteit verwacht ik dat corporaties alleen nog maar voor herfinanciering van leningen vreemd vermogen aantrekken. Investeringen worden gedaan vanuit de operationele kasstromen. Minder op de pof leven dus. Hiermee werpen we het anticyclische karakter van onze investeringen van ons af. Corporaties gaan steeds meer op een gewone marktpartij lijken en investeren – helaas – steeds meer cyclisch. Gaat het goed? Verkopen we meer woningen? Dan gaan we meer investeren. Hoewel onzekerheid troef is, gaan corporaties de tering naar de nering zetten.

Doordat we verslaafd lijken aan de lage rente, hoor ik steeds minder vaak dat corporaties uitermate gevoelig zijn voor stijging van de rente. Als de rente die corporaties moeten betalen in de komende jaren met bijvoorbeeld 1% stijgt, zijn we bijna 900 miljoen extra kwijt aan rentelasten. Erik Staal had volkomen gelijk met zijn voorspelling dat de rente omhoog gaat. Hij was echter idioot om er een termijn aan te verbinden. In onze eigen analyses en risicomanagement moeten we rekening houden met rentestijging. Gelukkig gaat rentestijging normaliter gepaard met economische groei. Je zou bijna gaan duimen voor rentestijging.

Opvolger
Deze week wordt bekend dat Rob Haans mij na de zomer gaat opvolgen. Ik ben erg blij dat ik de estafettestok aan hem mag doorgeven. Vanaf het moment dat ik hoorde dat hij kandidaat was, was ik enthousiast. Hij staat voor een generatie corporatiebestuurders die met beide benen op de grond staat, toegewijd is aan de publieke doelen van corporaties en transparantie en integriteit hoog in het vaandel heeft. De Alliantie had aanvankelijk geen geluk bij het vinden van een opvolger voor mij. De kansen zijn gekeerd. Een van onze directeuren verwoordde dit gevoel treffend: 'Het was de moeite van het wachten waard.'




Jim Schuyt schreef deze column als directeur-bestuurder van woningcorporatie De Alliantie. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Zef Hemel schetst een beeld van de creatieve industrie in Californië.

De creatieve sector van los Angeles heeft New York sinds een paar jaar qua aantal bedrijven, uitstraling en omzet ingehaald. Dat meldde onlangs NRC Handelsblad. Er werken in LA nu meer dan 300.000 mensen in de sector, er gaat ruim 100 miljard dollar in om. De komende drie jaar verwacht de gemeente Los Angeles nog een toename van 10.000 banen; het afgelopen jaar gingen hier 500 creatieve bedrijfjes in de reclame- en entertainmentsector van start. Was dat de reden dat ook het Amsterdamse reclamebureau KesselsKramer in november 2012 een vestiging in de metropool aan de Amerikaanse westkust opende? "Europese ondernemers in de creatieve sector horen zich in New York te vestigen," schreef The New York Times verontwaardigd.

KesselsKramer koos voor LA vanwege de toestroom van reclamebureaus, galeriehouders en kunstenaars naar de stad aan de Amerikaanse westkust. Californië beleeft een ware renaissance en LA is de ideale plek om verhalen te bouwen. Ook noemt het bedrijf de ruimte om te experimenteren die LA zou onderscheiden van de Big Apple. Los Angeles haalde ook nog eens New York, Seattle en Boston in als de beste plek in de USA om een startup te beginnen. Onderscheidend hierin bleek met name het ondernemende klimaat. Ten slotte blijkt Los Angeles een ideale springplank naar Aziatische markten. Mooi waren de infographics in de krant die de creatieve sector in Los Angeles met die in Berlijn, Londen, Parijs en Silicon Valley vergeleek. Meest opvallende gegeven: minimaal een kwart van de starters in de creatieve sector in deze vier grote steden heeft ooit in Silicon Valley geëxperimenteerd. Vandaar de recente bijnaam van Los Angeles: Silicon Beach. O ja, alle succesvolle creatieve steden tellen meer dan vijf miljoen inwoners. Kom er in Nederland maar eens om.



Zef Hemel schreef deze column als directielid bij de gemeente Amsterdam en bijzonder hoogleraar Grootstedelijke Vraagstukken. Lees meer over Zef Hemel en andere columnisten van Spacemakers.

20

Retail- en kantoorontwikkelaar MAB gaat verdwijnen. De moeder van Rabo Vastgoed heeft besloten zich terug te trekken uit ontwikkelprojecten voor commercieel vastgoed. MAB gaat geen nieuwe projecten meer opstarten en verwacht in 2,5 jaar de lopende projecten afgerond te hebben. Dat valt te lezen in een artikel op de website van de Telegraaf en op Vastgoedmarkt 

Het bedrijf ontwikkelde in het verleden grote projecten zoals  Babylon in Den Haag en Alexandrium in Rotterdam. Zij focuste zich de laatste jaren op binnenstedelijke ontwikkelingen met een multifunctioneel karakter. In Nederland behoorde het bedrijf samen met Multi Vastgoed tot de grootste.

De beslissing van Rabo is ingegeven door de slechte marktomstandigheden voor commercieel vastgoed. De berichten maken nog niet duidelijk wat de gevolgen zijn voor ontwikkelingen van commercieel vastgoed door Bouwfonds, een andere dochter van Rabo Vastgoed. Die projecten zijn vaak kleiner van omvang en worden gecombineerd met de ontwikkeling van woningen.

20

Ed van de Bijl vertegenwoordigt een beroepsgroep van makelaars. Remt hij daarmee de innovatie in zijn branche, zoals Jan Rotmans stelt?

Vorige week was er in Cobouw een publicatie te lezen van professor Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij riep de bouwsector op Bouwend Nederland te verlaten, want, zo stelt hij "brancheverenigingen vertragen radicale vernieuwingen". Innovaties worden tegengehouden door brancheverenigingen en juist dat heeft de bouwsector nodig. Zo, dat is me nogal niet een stelling.

Reflectie
Zoiets zet me toch wel aan het denken. Nou zou ik natuurlijk flauw kunnen reageren dat wij het er mee eens zijn, VastgoedPRO is immers een beroepsorganisatie, maar dat is te makkelijk. Zo een uitspraak dien je toch wel tot je te laten komen en jezelf vervolgens de vraag te stellen, herken ik mijn eigen organisatie in deze kritiek? Enige vorm van kritisch naar het eigen functioneren is altijd wenselijk, laat ik dat vooropstellen.

Innovatie
Volgens mij komen innovaties vrijwel altijd uit twee richtingen: de wetenschapper of de ondernemer. Niet vanuit de overheid, niet vanuit bureaucratie, niet vanuit stichtingen of verenigingen. Die kunnen het hooguit signaleren, stimuleren en remmen, maar echte innovaties komen uit het lab of de praktijk. Noem een vernieuwing die elders vandaan komt, ik zou het zo niet weten. Maar zelf niet innoveren is nog heel wat anders dan het tegenhouden van innovaties.

Verandering
Als ik naar VastgoedPRO kijk, zie ik veel initiatieven van leden, die wij graag omarmen en een podium geven. Maar zijn wij zelf innovatief bezig of innovaties aan het stimuleren? Dat laat ik graag aan anderen over om te beoordelen. Maar innovaties tegen gaan? Soms zijn initiatieven niet haalbaar of kunnen wij er niets mee, maar doorgaans staat bij ons de deur open. Is onze markt zelf innovatief? Zijn makelaars en taxateurs innovatief? Ik denk dat daar nog wel het een en ander te halen valt. Dat de markt moet veranderen, dat de rol van de makelaar en taxateur verandert, daarover las u al vaak in dit feuilleton. Vooralsnog herken ik de kritiek van Rotmans niet. Mocht u dat wel vinden? Ik leer dan graag van u waarom!



Ed van de Bijl schreef deze column als directeur van Vastgoed Pro, de Nederlandse beroepsvereniging voor vastgoedprofessionals. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Het wordt tijd dat de voorwaarden worden aangepast die gelden tussen makelaar en consument, vindt José Schellekens 

We wisten het al langer, de makelaar boet steeds meer aan belang in. Zijn rol als bemiddelaar en adviseur wordt kleiner. Het traditionele verdienmodel, waarbij de makelaar een courtage ontvangt, wordt steeds meer vervangen door andere manieren van tarifering. Dit werd weer eens bevestigd in de visie van ABN AMRO op de Nederlandse bouw- en vastgoedsector, een sectorupdate die afgelopen week verscheen.“De toekomst voor de traditionele makelaar die koper en verkoper aan elkaar koppelt en courtage rekent, staat sterk onder druk”, stellen de analisten van de bank. “Consumenten kunnen kiezen om voor een lager tarief slechts een deel van de dienstverlening af te nemen. Transparantie en flexibiliteit zijn hierbij belangrijk. Via internet zal het steeds makkelijker worden om tarieven en makelaars met elkaar te vergelijken.”

Die courtage is een heet hangijzer. In de Algemene Consumentenvoorwaarden – die door de makelaarsorganisaties samen met de VEH en de Consumentenbond zijn opgesteld – staat dat bij de verkoop van een huis er aan het einde van het samenwerkingstraject wordt afgerekend. Maar tegenwoordig worden lang niet alle huizen verkocht, terwijl de makelaar aan het einde van een samenwerking vrolijk een eindnota stuurt. De huizenverkoper gaat er namelijk van uit dat een makelaar een resultaatsverplichting heeft (het huis verkopen), terwijl het een inspanningsverplichting (er alles aan doen om het huis te verkopen) betreft. Bij een niet verkochte woning is de eindnota dus niet zelden het deksel op de neus van de verkoper.


Het wordt daarom hoog tijd dat de Algemene Consumentenvoorwaarden voor de makelaarsbranche worden aangepast. De NVM is daar al mee bezig, kritisch gevolgd door VEH die bang is dat bij de makelaar de prikkel verdwijnt om het huis zo snel mogelijk te verkopen tegen een goede prijs. Volgens Hans van der Ploeg van VBO Makelaar kan aanpassing van de voorwaarden het speelveld voor de makelaar en de consument aanzienlijk verruimen. Als mogelijke oplossing om het beloningssysteem te reguleren en moderniseren, suggereert hij de toevoeging van een standaard opdrachtformulier met een aantal verdienmodellen. Deeldiensten dus, én deelnota´s waardoor de consument niet wordt verrast door de eindnota. En makkelijker van makelaar kan wisselen als de samenwerking tegenvalt. Ik zou zeggen, doen!



José Schellekens schreef deze column als journalist wonen, vastgoed en makelaardij.  Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Wat doe je als oudere wanneer je de overwaarde van je huis wilt verzilveren, maar je huis niet wilt verkopen? Of als er geen koper is, zoals in deze tijd ook nog eens het geval kan zijn? Er zijn hiervoor door financiële instellingen een aantal (hypotheek)producten bedacht, die echter maar weinig aftrek vinden. Vereniging Eigen Huis werkt samen met een groot aantal andere partijen in een Taskforce Verzilveren aan voorstellen om de bekendheid van de producten te verbeteren en nieuwe initiatieven aan te zwengelen. Het zal immer steeds vaker voorkomen dat mensen hun eigen zorgkosten moeten betalen of een beperkter pensioen hebben dat ze zouden willen. De waarde van de woning kan dan uitkomst bieden. Nederlandse gepensioneerden hebben in totaal 214 miljard euro aan overwaarde in hun woning zitten. 


Een tussenrapport van de werkgroep is recent aangeboden aan Minister Blok. Op de website van Eigen Huis is een verslag te lezen van deze bijeenkomst. Duidelijk is dat er nog al wat haken en ogen zitten om in Nederland zonder het huis te verkopen het liquide maken van de overwaarde mogelijk te maken. De taskforce gaat de komende tijd door om concrete producten voor het voetlicht te brengen. 

20

Ed van de Bijl vraagt zich af of gemeenten niet dienend moeten optreden als het gaat om gronduitgifte. Waarom bepaalt de vraag uit de markt niet het aantal woningen dat gebouwd kan worden?

Zoals wij in Nederland de Hypotheekrenteaftrek hebben, zo hebben onze Belgische buren de Woonbonus. Een variant. En net zoals bij ons de HRA onder druk staat, wordt er ook in België gekeken of dit nog wenselijk en haalbaar is om voort te zetten. Het CIB, de branchevereniging van makelaars, onze Belgische zusterorganisatie, gaat hier binnenkort het debat over aan met de overheid en de politiek.

Studiedagen
In het kader van de voorbereiding hierop worden een drietal studiedagen georganiseerd door de Vastgoedakademie in Antwerpen. Op de eerste bijeenkomst mag ik als gastspreker aanwezig zijn om de Nederlandse markt te schetsen: Lessen uit Nederland. Bij de voorbereiding van de presentatie probeer ik altijd te peilen of de boodschap helder overkomt. Zo probeerde ik ook de rol van de gemeentes inzake gronduitgifte uit te leggen aan een leek.

Schaarste
In het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen, via het rapport Kosten Koper, worden grote vraagtekens gesteld bij de rol van de gemeenten. Er is sprake van een te nauwe verwevenheid tussen bouwbeleid en grondbeleid. Dit, door het (commerciële) belang van de gemeente om zo veel mogelijk te verdienen aan gronduitgifte. Terwijl de gemeente primair natuurlijk een publieke taak heeft: zorgen voor huisvesting, zorgen voor haar inwoners. Gemeenten creëren schaarste, zodat de grondprijzen stijgen. Geld in het laatje. Probeer dat maar eens uit te leggen.

Bestemming
Probeer maar eens uit te leggen dat een gemeente bepaalt dat er de komende jaren, ik noem maar iets, jaarlijks maar vijftig huizen mogen worden gebouwd. Ongeacht de vraag, ongeacht het aanbod. Het kan zo maar zijn dat er behoefte is aan tachtig woningen, of twintig. Maar nee, ambtelijk wordt ergens, door iemand, het getal vijftig bepaald. Dat is toch eigenlijk wel heel erg vreemd, toch?

Doel
Zou het niet zo moeten zijn dat gemeenten dienend optreden in deze? Dat de publieke verantwoording leidend is en niet het commerciële belang? Als er 100 mensen willen gaan wonen in een gemeente, dan is het toch raar dat diezelfde gemeente zegt, dat willen wij niet hebben. Voor u geen huis, want dan is er geen schaarste. Als je dit aan een leek probeert uit te leggen, dan wordt je aangekeken alsof je van een andere planeet komt. Ik ben benieuwd hoe donderdag onze Belgische collega's met dit soort vraagstukken omgaan.




Ed van de Bijl schreef deze column als directeur van Vastgoed Pro, de Nederlandse beroepsvereniging voor vastgoedprofessionals. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Eén keer een hogere huurverhoging is redelijk, maar het kan niet blijven doorgaan. Jim Schuyt wil een Nationaal Debat over het huurbeleid, dat eindigt in de Tweede Kamer



Zelf de regie
Corporaties bezuinigen op apparaatskosten en overhead. De meeste noemen de verhuurdersheffing als reden om de kosten naar beneden te brengen. Los van de heffing is er ook voldoende aanleiding om de organisatie tegen het licht te houden en meer op kosten te sturen. Naast bezuinigen moet er ook geïnvesteerd worden en niet alleen in het opknappen en bouwen van woningen. Corporaties moeten veel meer in ICT gaan investeren, met name in ICT-ondersteuning van de dienstverlening. Ten opzichte van – bijvoorbeeld – de bankensector lopen wij op dit punt hopeloos achter. We zien dat consumenten, woningzoekenden, huurders meer invloed willen hebben op hun dienstverlening. Een aanvraag op internet moet gevolgd kunnen worden. Afspraken moeten 'real time' zelf ingepland kunnen worden. Bij weinig corporaties is dit mogelijk en om te voorkomen dat we de boot op dit punt helermaal gaan missen, moeten we een inhaalslag maken om huurders meer regie te geven op de dienstverlening. Dit spoort met de eisen die de 'nieuwe huurder' aan zijn of haar verhuurder stelt: niet afwachten, maar zelf de regie en de verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Reactie huuraanzegging
Velen voorspelden veel reacties van huurders op de recente huurbrief. De Alliantie kreeg in de eerste week ongeveer 1200 telefoontjes van, over het algemeen, boze of teleurgestelde huurders. In vergelijking tot andere jaren maken tweemaal zoveel huurders bezwaar tegen de aangezegde verhoging. Als reden voor het bezwaar wordt veelal de veronderstelde hoogte van het inkomen en de gezinssamenstelling aangevoerd. Volgende week, na de meivakantie, verwachten we meer reacties.

Critici reageren hierop met: 'eigen schuld, dikke bult'. Voer de inkomensafhankelijke huurverhoging dan niet in. Huurverhoging bij mutatie: onzin. Doorvoeren van de zogenoemde 'Donnerpunten': schandalig. Zo simpel is het niet. In de eerste plaats zijn corporaties zelf verantwoordelijk voor de eigen financiële continuïteit. Als corporaties de mogelijkheden om meer huur te vragen aan zich voorbij laten gaan, terwijl aan de verhuurdersheffing niet kan worden ontkomen, is de financiële continuïteit in het geding. In de tweede plaats moeten corporaties alles op alles zetten om te blijven investeren. In ieder geval in de kwaliteit van het bezit en, afhankelijk van de woningmarkt, ook in de bouw van nieuwe woningen. Corporaties zijn er immers niet alleen voor de zittende huurders, maar ook voor de woningzoekenden en de sleetse wijken.

Huurbeleid op de schop
Vele jaren kenden we een inflatievolgende huurverhoging, terwijl de inkomens harder stegen dan inflatie. Dat de huur nu wat hoger uitvalt, is in mijn ogen redelijk. Deze 'inhaalslag' kan echter maar van korte duur zijn. Sinds 2008 ligt de inkomensontwikkeling onder de inflatie. Bij de Alliantie is de huurverhoging gemiddeld bijna 4,4%. Als dit jaren doorgaat, wordt het gat tussen de huurverhoging en de groei van het inkomen groter en groter. De prijzen van koopwoningen en de verhoging van de huur dienen structureel in de pas te lopen met de ontwikkeling van het inkomen. Als dit niet het geval is, ontstaan er problemen. Als de huurverhoging lager is dan de groei van het inkomen, blijft iedereen zitten waar die zit en beweegt de woningmarkt niet meer. Als het omgekeerde het geval is – zoals nu – ontstaan er betaalbaarheidsproblemen. Dit kan niet alleen op het bordje van huurders en verhuurders gelegd worden. Om te voorkomen dat de wal het schip gaat keren, moet het huurbeleid op de schop. Nodig is een nationaal debat, dat zijn finale moet krijgen in de Tweede Kamer.




Jim Schuyt schreef deze column als directeur-bestuurder van woningcorporatie De Alliantie. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20



Minister Blik van Autorijden vind het geen probleem dat niemand zit te wachten op zijn beleid. Dat laat hij weten in reactie op vragen van het NOS Journaal. Daarin werd hem gevraagd wat hij ervan vindt dat banken de zogeheten Blik-lening niet willen aanbieden. De Blik-lening is een lening die zeer risicovol is en de klant op hoge kosten jaagt. De lening was onderdeel van het Nationale Autoakkoord en bedoeld om mensen die geen auto kunnen betalen, er toch een te laten kopen. Verschillende banken geven aan het niet correct te vinden om zo'n financiering aan te bieden.

Blik benadrukt in het interview dat niet hijzelf, maar de Eerste en de Tweede Kamer hebben gevraagd om de lening. "Ze wilden weten of er ook maatwerk mogelijk was. Ik heb daarop aangegeven wat er mogelijk is". licht Blik toe. Hij geeft aan dat het nooit de bedoeling was om van deze maatregel een succes te maken. "Het is natuurlijk een maatwerkproduct, het is nu aan de markt om te kijken of er gebruik van dit maatwerkproduct wordt."

Bronnen in Den Haag beweren dat ook de andere maatregelen die de woningmarkt moeten vlottrekken niet bedoeld zijn om succesvol te zijn. Blok beaamt dit: "Ik heb rust op de woningmarkt beloofd, en daar werk ik hard aan. Het enige wat ik doe is zo nu en dan eens iets roepen om de schijn van daadkracht te wekken. Bijvoorbeeld over maatwerkproducten, als ik daar de Eerste Kamer stil mee krijg. Als iemand mij serieus neemt, dan zegt dat natuurlijk meer over die persoon zelf, dan over mij". Blik kondigt aan binnenkort met nog meer beleid te komen dat niet effectief is. Vooral met maatwerkproducten.

Wie het hele interview met minister Blik wil zien kan het hieronder bekijken. De eerste 40 seconden is overigens voldoende, daarna valt de minister alleen nog in herhaling. Wie echter houdt van herhalingen kan het hele bericht hieronder nog een keer lezen.




Minister Blik van Autorijden vind het geen probleem dat niemand zit te wachten op zijn beleid. Dat laat hij weten in reactie op vragen van het NOS Journaal. Daarin werd hem gevraagd wat hij ervan vindt dat banken de zogeheten Blik-lening niet willen aanbieden. De Blik-lening is een lening die risicovol is en de klant op hoge kosten jaagt. De lening was onderdeel van het Nationale Autoakkoord en bedoeld om mensen die geen auto kunnen betalen, er toch een te laten kopen. Verschillende banken geven aan het niet correct te vinden om zo'n financiering aan te bieden.

Blik benadrukt dat niet hijzelf, maar de Eerste en de Tweede Kamer hebben gevraagd om de lening. "Ze wilden weten of er ook maatwerk mogelijk was. Ik heb daarop aangegeven wat er mogelijk is". licht Blik toe. Hij geeft aan dat het nooit de bedoeling was om van deze maatregel een succes te maken. "Het is natuurlijk een maatwerkproduct, het is nu aan de markt om te kijken of er gebruik van dit maatwerkproduct wordt."

Bronnen in Den Haag beweren dat ook de andere maatregelen die de woningmarkt moeten vlottrekken niet bedoeld zijn om succesvol te zijn. Blok beaamt dit: "Ik heb rust op de woningmarkt beloofd, en daar werk ik hard aan. Het enige wat ik doe is zo nu en dan eens iets roepen om de schijn van daadkracht te wekken. Bijvoorbeeld over maatwerkproducten. Als iemand mij serieus neemt, dan zegt dat natuurlijk meer over die persoon zelf, dan over mij".

Wie het hele interview met minister Blik wil zien kan het hieronder bekijken. De eerste 40 seconden is overigens voldoende, daarna valt de minister alleen nog in herhaling. Wie houdt van herhalingen kan het hele bericht hieronder nog een keer lezen.


Minister Blik van Autorijden vind het geen probleem dat niemand zit te wachten op zijn beleid. Dat laat hij weten in reactie op vragen van het NOS Journaal. Daarin werd hem gevraagd wat hij ervan vindt dat banken de zogeheten Blik-lening niet willen aanbieden. De Blik-lening is een lening die risicovol is en de klant op hoge kosten jaagt. De lening was onderdeel van het Nationale Autoakkoord en bedoeld om mensen die geen auto kunnen betalen, er toch een te laten kopen. Verschillende banken geven aan het niet correct te vinden om zo'n financiering aan te bieden.

Blik benadrukt dat niet hijzelf, maar de Eerste en de Tweede Kamer hebben gevraagd om de lening. "Ze wilden weten of er ook maatwerk mogelijk was. Ik heb daarop aangegeven wat er mogelijk is". licht Blik toe. Hij geeft aan dat het nooit de bedoeling was om van deze maatregel een succes te maken. "Het is natuurlijk een maatwerkproduct, het is nu aan de markt om te kijken of er gebruik van dit maatwerkproduct wordt."

Bronnen in Den Haag beweren dat ook de andere maatregelen die de woningmarkt moeten vlottrekken niet bedoeld zijn om succesvol te zijn. Blok beaamt dit: "Ik heb rust op de woningmarkt beloofd, en daar werk ik hard aan. Het enige wat ik doe is zo nu en dan eens iets roepen om de schijn van daadkracht te wekken. Bijvoorbeeld over maatwerkproducten. Als iemand mij serieus neemt, dan zegt dat natuurlijk meer over die persoon zelf, dan over mij".

Wie het hele interview met minister Blik wil zien kan het hieronder bekijken. De eerste 40 seconden is overigens voldoende, daarna valt de minister alleen nog in herhaling. Wie houdt van herhalingen kan het hele bericht hieronder nog een keer lezen.


Minister Blik van Autorijden vind het geen probleem dat niemand zit te wachten op zijn beleid. Dat laat hij weten in reactie op vragen van het NOS Journaal. Daarin werd hem gevraagd wat hij ervan vindt dat banken de zogeheten Blik-lening niet willen aanbieden. De Blik-lening is een lening die risicovol is en de klant op hoge kosten jaagt. De lening was onderdeel van het Nationale Autoakkoord en bedoeld om mensen die geen auto kunnen betalen, er toch een te laten kopen. Verschillende banken geven aan het niet correct te vinden om zo'n financiering aan te bieden.

Blik benadrukt dat niet hijzelf, maar de Eerste en de Tweede Kamer hebben gevraagd om de lening. "Ze wilden weten of er ook maatwerk mogelijk was. Ik heb daarop aangegeven wat er mogelijk is". licht Blik toe. Hij geeft aan dat het nooit de bedoeling was om van deze maatregel een succes te maken. "Het is natuurlijk een maatwerkproduct, het is nu aan de markt om te kijken of er gebruik van dit maatwerkproduct wordt."

Bronnen in Den Haag beweren dat ook de andere maatregelen die de woningmarkt moeten vlottrekken niet bedoeld zijn om succesvol te zijn. Blok beaamt dit: "Ik heb rust op de woningmarkt beloofd, en daar werk ik hard aan. Het enige wat ik doe is zo nu en dan eens iets roepen om de schijn van daadkracht te wekken. Bijvoorbeeld over maatwerkproducten. Als iemand mij serieus neemt, dan zegt dat natuurlijk meer over die persoon zelf, dan over mij".

Wie het hele interview met minister Blik wil zien kan het hieronder bekijken. De eerste 40 seconden is overigens voldoende, daarna valt de minister alleen nog in herhaling. Wie houdt van herhalingen kan het hele bericht hieronder nog een keer lezen.


Minister Blik van Autorijden vind het geen probleem dat niemand zit te wachten op zijn beleid. Dat laat hij weten in reactie op vragen van het NOS Journaal. Daarin werd hem gevraagd wat hij ervan vindt dat banken de zogeheten Blik-lening niet willen aanbieden. De Blik-lening is een lening die risicovol is en de klant op hoge kosten jaagt. De lening was onderdeel van het Nationale Autoakkoord en bedoeld om mensen die geen auto kunnen betalen, er toch een te laten kopen. Verschillende banken geven aan het niet correct te vinden om zo'n financiering aan te bieden.

Blik benadrukt dat niet hijzelf, maar de Eerste en de Tweede Kamer hebben gevraagd om de lening. "Ze wilden weten of er ook maatwerk mogelijk was. Ik heb daarop aangegeven wat er mogelijk is". licht Blik toe. Hij geeft aan dat het nooit de bedoeling was om van deze maatregel een succes te maken. "Het is natuurlijk een maatwerkproduct, het is nu aan de markt om te kijken of er gebruik van dit maatwerkproduct wordt."

Bronnen in Den Haag beweren dat ook de andere maatregelen die de woningmarkt moeten vlottrekken niet bedoeld zijn om succesvol te zijn. Blok beaamt dit: "Ik heb rust op de woningmarkt beloofd, en daar werk ik hard aan. Het enige wat ik doe is zo nu en dan eens iets roepen om de schijn van daadkracht te wekken. Bijvoorbeeld over maatwerkproducten. Als iemand mij serieus neemt, dan zegt dat natuurlijk meer over die persoon zelf, dan over mij".

Wie het hele interview met minister Blik wil zien kan het hieronder bekijken. De eerste 40 seconden is overigens voldoende, daarna valt de minister alleen nog in herhaling. Wie houdt van herhalingen kan het hele bericht hieronder nog een keer lezen.



20

Zeg Hemel genoot van ''De wereld van Klöpping', televisieprogramma over de ontstaansgeschiedenis van Sillicon Valley

Uniek drieluik op de Nederlandse televisie. Nooit eerder zagen we mijn vakgebied zo uitgebreid en meeslepend op tv. In 'De Wereld van Klöpping' – onderdeel van DWDD University – geeft internetspecialist Alexander Klöpping op aanstekelijke wijze zijn reisimpressies van het mekka van de personal computer en het internet: Silicon Valley. Komende vrijdag wordt het laatste deel uitgezonden, dat zal gaan over de toekomst. In het eerste deel, uitgezonden op 26 april, kregen we de unieke geschiedenis voorgeschoteld van de Santa Clara Valley, "een gebied ongeveer zo groot als de Randstad." Waarom zit zoveel innovatie zo dicht opeen gepakt op zo'n klein stedelijk gebied aan de Amerikaanse Westkust? Er bleek een levende maquette in studio aanwezig om dit aan de kijkers duidelijk te maken. Het begon met de boom die alles zag. Daarna kwam de garage van Hewlett-Packard. Maar alras was daar Shockley Semiconductor Laboratory van William Shockley. Deze uitvinder van de transistor en latere Nobelprijswinnaar (1956) werd door Klöpping aan de wieg geplaatst van het wonder van Silicon Valley. Acht jonge mannen die al snel zijn bedrijf verlieten begonnen even later hun eigen bedrijfjes. Een ervan was Robert Noyce, die het succesvolle Fairchild Semiconductor oprichtte. Intel is weer een kindje van Fairchild. Enzovoort.

Silicon Valley is dus allesbehalve een van overheidswege gepland cluster van innovatieve bedrijven en wetenschappelijke instellingen. Deels toeval, deels de hippiecultuur van San Francisco, deels is het Stanford. In het programma werd het begin opgehangen aan die ene persoon van Shockley. Klöpping beklemtoonde dat de excentrieke Shockley overal had kunnen werken. Waarom ging hij in 1955 uitgerekend naar de Amerikaanse Westkust? De grap in de uitzending was dat dit vanwege zijn moeder zou zijn geweest, die in Palo Alto woonde. Jazeker, maar daarmee doet men de geschiedenis wel een beetje geweld. Wat Frederick Terman op Stanford in 1946 rond electrical engineering teweegbracht met de oprichting van Stanford Research Institute en de aanleg van het eerste high technology industrial park naast Stanford in 1951 waren minstens even beslissend. Sterker, dit Stanford Industrial Park werd het epicentrum van het latere Silicon Valley, niet die boom die alles zag of het huis van die moeder van William Shockley. Niettemin, wat een mooie uitzending was dat.


Zef Hemel schreef deze column als directielid bij de gemeente Amsterdam en bijzonder hoogleraar Grootstedelijke Vraagstukken. Lees meer over Zef Hemel en andere columnisten van Spacemakers.

20

Dudok Wonen raakte in 2012 een twintigste van haar vermogen kwijt. Daarmee relativeert Leon Bobbe het op het oog gunstige directe rendement dat corporaties in 2012 haalden.

‘Het vastgoed van woningcorporaties had in 2012 een direct rendement van 3,4 procent. Dat meldde de IPD Corporatie Vastgoedindex. Dit rendement is het hoogste niveau sinds de start van de index in 1999, zo meldde de IPD vrolijk.

Een dag later zat ik tegenover een smalende wethouder van Financiën: ’Ik las in het FD dat corporaties goede winsten maken, dus jullie kunnen makkelijk meebetalen aan onze tekorten.’ Ik was verbijsterd. Deze wethouder had duidelijk alleen de kop van het artikel gelezen. Hij had niet gelezen dat het directe rendement dan wel positief was maar dat het totale rendement op het vastgoed 0,6% negatief was.

Nu klinkt 0,6% nog redelijk in een dalende woningmarkt. En Dudok Wonen heeft het in 2012 zelfs aanzienlijk beter gedaan dan de gemiddelde corporatie. Wij hadden geen daling van 0,6% maar een stijging met 3,5%. Niet gek, zou je zeggen, maar is dat ook zo? Daar moet namelijk ook nog bepaalde bedrijfskosten van worden betaald waaronder de rente op onze leningen.

Ik vroeg onze rekenmeesters te berekenen wat na aftrek van de kosten resteerde voor het rendement op ons eigen vermogen. Daaruit bleek - gecorrigeerd voor de inflatie - dat in één jaar uiteindelijk ons eigen vermogen met maar liefst 4,5% was gedaald. Niets feest dus. Eén van onze belangrijkste doelstellingen, het als een goed rentmeester in stand houden van het vermogen dat we in eeuw hebben opgebouwd, halen we dus niet. In één jaar is ons eigen vermogen met bijna 1 / 20 deel verdampt!

Als we dat nu eens los laten op het vermogen van de gezamenlijke corporaties. Dat wordt geschat op 300 miljard euro. Dit zou betekenen dat het eigen vermogen van corporaties in 2012 met 13,5 miljard is geslonken. Tijd voor een nieuwe krantenkop in het FD?



Leon Bobbe is directeur-bestuurder van woningcorporatie Dudok Wonen.  Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Nu het consumentenvertrouwen in de woningmarkt weer wat opkrabbelt, moeten we voorkomen dat de restschuldenproblematiek het herstel onnodig belemmert. Dat kan zonder extra financiële risico's.

Willen
De Eigen Huis Marktindicator meet het consumentenvertrouwen op de woningmarkt. Na een historisch dieptepunt van 51 in december 2012, is de indicator inmiddels opgekrabbeld tot 57. Nog niet florissant, maar het is een eerste teken van vertrouwensherstel. Dit houdt concreet in dat méér mensen plannen maken om een huis te kopen. Sommigen willen groter gaan wonen, anderen kleiner. En nog weer anderen willen nu toch eindelijk eens bij hun ouders weg.

Kunnen
Een huis kopen is echter niet alleen een kwestie van willen maar ook van kunnen. Het feit dat tegen een miljoen huishoudens inmiddels met hun huis onder water staan, is een van de redenen waarom sommige mensen misschien wel willen, maar niet kunnen verhuizen. De banken financieren namelijk de restschuld niet of nauwelijks mee in de hypotheek voor de nieuwe woning. Ondanks het feit dat de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (GHF) dat wél toestaat. Uiteraard binnen de reguliere inkomensnormen. Die mogelijkheid biedt de GHF niet voor niets. Als restschulden niet kunnen worden meegefinancierd, belemmert dit immers onnodig de doorstroming. Hierdoor wordt het beginnend herstel van de woningmarkt bij voorbaat de kop in gedrukt, evenals de arbeidsmobiliteit. Beide zijn slecht als we ons met succes uit de recessie willen werken.

Remedie
De oplossing is simpel. Vereniging Eigen Huis heeft twee voorstellen:
  • Mensen die op dit moment met hun huis onder water staan en een hypotheek hebben waarop Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zit, moeten hun restschuld kunnen meenemen naar een nieuwe hypotheek met NHG.
  • Klanten van banken die op dit moment onder water staan met hun huis moeten ook zonder NHG hun restschuld kunnen meenemen naar een nieuwe hypotheek bij dezelfde bank.
Het eerste voorstel is een overheidsbeslissing, die minister Blok wat ons betreft morgen kan nemen. Het tweede voorstel doet een dringend beroep op het maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef van de banken.

Risico's
Belangrijk is te beseffen dat deze voorstellen geen extra financiële risico's meebrengen. In ons voorstel neemt een huiseigenaar zijn (potentiële) restschuld mee van zijn oude naar zijn nieuwe huis. Van zijn oude naar zijn nieuwe hypotheek. De (potentiële) restschuld wordt hier niet groter door. Noch voor de huiseigenaar, noch voor de NHG en/of de bank, noch voor het financiële systeem als geheel, nemen de risico's toe. Integendeel: door te voorkomen dat de restschuldproblematiek het herstel van de woningmarkt belemmert, alsook de arbeidsmobiliteit, profiteert ook de economie als geheel. En het afsluiten van een nieuwe hypotheek is ook een goed moment om orde op zaken te stellen. Er ontstaat een extra prikkel om het hypotheekdeel voor de financiering van de restschuld versneld af te lossen omdat de rente maar 10 jaar aftrekbaar is. Daardoor neemt de kans dat hypotheken sneller worden afgelost alleen maar toe.


Rob Mulder schreef deze column als directeur strategie en belangenbehartiging bij Vereniging Eigen Huis (VEH). Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Jim Schuyt wil geen directe zeggenschap voor de overheid bij corporaties. Hij geeft een aantal overwegingen. 

Inrichting organisatie voorgeschreven
Al weer enkele weken geleden stuurde minister Blok een brief naar de Tweede Kamer waarin hij reageert op de adviezen van de commissie-Hoekstra. Vooral op zijn voornemen om ook het financiële toezicht onder de directe verantwoordelijkheid van de minister te brengen, was veel kritiek. Ik vind het vreemd dat de commissie-Hoekstra niet op dit voornemen van de minister heeft gereageerd. Het plan spoort immers niet met het advies.

Door de grote aandacht voor het toezicht bleven andere onderdelen uit de brief onderbelicht. Het is opmerkelijk dat de minister stevig ingrijpt in hoe een corporatie haar organisatie inricht. Ik noem drie voorbeelden. In de eerste plaats stelt de minister dat binnen een corporatie voldoende 'checks and balances' aanwezig moeten zijn. Dit lijkt mij een goed punt. De minister vult dit vervolgens in door te gaan voorschrijven dat er ten minste twee bestuurders moeten komen: één voor de front office en één voor het risicomanagement. Waarom gaat de minister op de stoel van het interne toezicht zitten? Een raad van commissarissen is toch mans genoeg om zelf checks and balances te organiseren. Ymere, met vier bestuurders, doet dit weer anders dan de Alliantie met één bestuurder. In de tweede plaats bepaalt de minister dat het bestuur van een corporatie 'zwaardere' (investeringen) beslissingen ter goedkeuring aan de raad van commissarissen dient voor te leggen. Het zou mij niet verbazen als de minister hier in de Herzieningswet normbedragen aan koppelt. Het spreekt voor zich dat belangrijke investeringsbeslissingen bij het interne toezicht op tafel liggen. Bij het op- en vaststellen van de begroting en in het investeringsstatuut is dit geregeld. Waarom moet de minister zich hier mee bemoeien? Dit is toch de verantwoordelijkheid van de commissarissen? In de derde plaats schrijft de minister voor dat een bestuurder van een corporatie niet het bestuur mag vormen van een deelneming. Een verkeerd besluit, vanuit verkeerde motieven. De minister wil hiermee de toegelaten instelling tegen de deelneming beschermen, terwijl een deelneming juist een corporatie moet helpen. Bijvoorbeeld om risico's af te schermen, of om samen te werken met een andere organisatie. Een corporatie moet investeringsbeslissingen in een deelneming en in de corporatie integraal kunnen afwegen. Een eigen bestuur en toezicht op een deelneming staat dit in de weg. Laat de raden van commissarissen van de corporaties het toezicht op deelnemingen versterken in plaats van het buiten de deur te zetten.

Publiek gedomineerd of zelfstandig?
Corporaties worden steeds meer het publieke domein ingetrokken. Het bepalen van de taak en het speelveld van corporaties is een publieke verantwoordelijkheid. Niet het voorschrijven hoe dit moet worden ingevuld. Dit is, in samenspraak met de belanghouders, aan het bestuur, de interne toezichthouder. Als corporaties te veel onderdeel van de publieke sector worden, is er een gevaar dat niet moet worden onderschat. De belangrijkste impuls voor de brutering was het feit dat de € 11,6 miljard aan toegezegde subsidie meetelde bij het bepalen van het EMU-saldo. Dit speelde toen bij het Verdrag van Maastricht de euro leven werd ingeblazen. Als corporaties te zeer onderdeel van de overheid worden, direct aangestuurd door gemeenten, loopt de Staat der Nederlanden het gevaar dat de Europese Commissie haar vinger opsteekt en de vraag stelt of de € 86 miljard schuld die corporaties hebben uiteindelijk ook niet van het Rijk is. Het Rijk stuurt bij corporaties mee, legt ze een verkapte belasting op (hogere huren ten behoeve van een heffing) en garandeert de leningen. Als die vraag wordt gesteld, zijn we in de aap gelogeerd. In alle opzichten is het van belang dat corporaties zelfstandige organisaties blijven met stevig publiek toezicht op taak en speelveld.




Jim Schuyt schreef deze column als directeur-bestuurder van woningcorporatie De Alliantie. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Het rapport van professor de Zeeuw dat pleit voor 'ontslakken' toont eens te meer aan dat deregulering hard nodig is, constateer Rob Keijzer

Professor Friso de Zeeuw wil minder overheidsregels voor gebiedsontwikkeling. Hij kwam daarom recent met een feitenrelaas van voorbeelden waar bouwprojecten vertraagden en stranden. Overheden maken zich schuldig aan starre interpretatie van regels en aan opeenstapeling van beleid. Ook hebben ze regels die tegen elkaar inwerken. Geen nieuws voor wie in het vastgoed actief is, maar het is mooi om wat onderbouwde voorbeelden te kennen.

Het spoor bijster
Maar dat valt tegen, als we Edwin Kort, eigenaar van de website OmgevingsWeb, goed begrijpen. Hij blijkt veel kennis te hebben van de regels en toont deze door op zijn site de onderbouwing van een aantal voorbeelden van De Zeeuw te weerleggen. "Helaas moet ik constateren dat deze deskundigen het spoor volledig bijster zijn in de geldende wetgeving. (...) Het rapport is in populaire taal, in hapklare brokken geschreven om door ondeskundige journalisten door goedkoop copy en paste werk geciteerd te worden.", aldus een goedkoop geciteerde Kort. 

Complexiteit aangetoond
De vraag is of Kort hiermee de stelling van De Zeeuw ontkracht of juist bevestigt. Inderdaad is het pijnlijk als de voorbeelden niet kloppen. Maar de voorbeelden zijn opgesteld door een 14-koppige werkgroep van goed opgeleide en hoog gepositioneerde mensen - sommigen zelfs wetenschappers. Ze vormen samen het "Actieteam Ontslakken Gebiedsontwikkeling" en opereren in het kader van de 'Actieagenda Bouw'. We mogen verwachten dat zij echt hun best gedaan hebben om de materie te begrijpen. Dat het ondanks de zorg die zij er aan besteedden niet lukte, toont eens te meer aan hoe complex de regelgeving is. 

Edwin Kort maakt duidelijk dat we bij hem moeten zijn als we écht willen weten hoe de regeltjes precies zijn. Maar zijn reactie geeft ook aan hoe belangrijk het is dat de regeldichtheid van de vastgoedsector aan de kaak wordt gesteld. Blijkbaar is - behalve Kort uiteraard - iedereen het spoor bijster. 

20

Makelaarsland heeft een onderzoek gedaan naar de koopbereidheid onder wonignzoekers. Jeroen Stoop doet verslag.


In april zijn er flink meer woningen verkocht dan de afgelopen maanden. Maart liet ook al een opwaartse beweging zien, maar april scoort beter. Daarmee komt het aantal woningverkopen deze maand op het hoogste punt van dit jaar, maar nog wél op een lager niveau dan in dezelfde periode vorig jaar.

Het aantal bezichtigingen bedroeg 100.000, exclusief bezoekers tijdens de open huizen route. Het aantal woningverkopen lag op 10.000 verkochte woningen. Ten opzichte van januari en februari is er altijd sprake van een opleving in maart en april. Dat het nu ook het geval is duidt op stabiliteit in de markt. Uit de kwartaalcijfers van de NVM bleek dat ook de prijzen minder onder druk staan. Daarmee lijken de 1e lichtpuntjes op de woningmarkt aanwezig. Vraag blijft of structureel herstel van de woningmarkt in zicht is.

Onderzoek koopbereidheid
Herstel van de woningmarkt hangt met name samen met de koopbereidheid en het vertrouwen van potentiële kopers. Makelaarsland onderzocht wie er op dit moment op zoek is naar een koopwoning, wat het gevoel is over de huidige woningmarkt en wat we op korte termijn van deze woningzoekers kunnen verwachten:
  • Van de woningzoekers heeft 55% zelf nog een woning te verkopen. Dit zijn de zogeheten doorstromers, 6% is thuiswonend en 39% huurt een woning. Van de laatste 2 groepen is 75% starter.
  • De meeste woningzoekers zijn op zoek naar een appartement (32%). Van tussenwoning tot vrijstaande woning is het zoekvolume soortgelijk rond de 15% per woningtype.
  • De voornaamste reden om te willen verhuizen is de wens om groter te gaan wonen (30%). Een groep van 14% wil juist kleiner wonen. Andere belangrijke verhuisredenen zijn werk (7%), samenwonen (7%) en scheiden (4%).
  • Maar liefst 40% van de woningzoekers vindt een koopwoning nog steeds een goede investering en 19% denkt er qua woonlasten op vooruit te gaan ten opzichte van een huurwoning. 9% wil kopen vanwege de lage huizenprijzen.
  • Van de woningzoekers wil 68% nog in 2013 daadwerkelijk een huis kopen. Daarvan wil 50% binnen 3 maanden zijn slag slaan. Voor de woningzoekers met een koopwoning zal 90% over willen gaan tot koop als hun eigen woning verkocht wordt.
  • De vraag naar woningen is het grootst in de prijsklasse 150.000 – 225.000 euro (33%), op de voet gevolgd door de prijsklasse 225.000 – 300.000 euro (32%). Boven de 600.000 euro daalt het zoekvolume naar 2%.
  • Een verdere daling van de huizenprijzen wordt verwacht door 47% van de woningzoekers en 38% is van mening dat er sprake zal zijn van stabilisatie. 3% verwacht een stijging van de huizenprijzen in 2013.
  • Het merendeel van de woningzoekers (60%) verwacht in 2013 geen stimulerende maatregelen van de overheid met betrekking tot de woningmarkt.

Doorstroming woningmarkt
De woningzoekers zijn divers. Er wordt door iedereen en overal gezocht ongeacht leeftijd, zoekcriteria en/of omgeving. Als wij kijken naar het aantal woningzoekers wat dit jaar over wil gaan tot kopen, dan zou het koopvolume in rap tempo toenemen en zijn problemen op de woningmarkt al snel verleden tijd. Maar zo simpel is het niet. Starters worden nog flink tegengewerkt in hun financieringsmogelijkheden en de 55% doorstromers zoeken wel, maar wachten af tot hun eigen woning verkocht is uit vrees voor dubbele woonlasten. Hierdoor ontstaat een moeizame doorstroming.

Er zijn diverse initiatieven waarmee wordt geprobeerd om iets te doen aan die moeizame doorstroom op de woningmarkt. Zo is Vereniging Eigen Huis gestart met www.ikwildoor.nl, waarbij huizentreintjes gevormd worden en de starter verleid wordt met een mooie bonus. Ook is Funda recent gestart met een matchsysteem, waarbij doorstromers hun woning ruilen. Op deze manier worden risico’s op dubbele woonlasten vermeden.

20

Het beter om te stoppen met de bouw van nieuwe starterswoningen, concludeert Ed van de Bijl.

Er was regelmatig nieuws deze week over de woningmarkt, wat al begon met de meest recente nieuwsbrief van de rijksoverheid met daarin de klinische gegevens. An sich niet echt nieuws, maar toch wel goed om te weten. Goed om even naar te kijken, hoewel u deze nieuwsbrief waarschijnlijk zelf al heeft ontvangen.

Parallel
Wat mij boeide was een discussie die ik hoorde over een parallel tussen de kantorenmarkt en de woningmarkt. Dat er sprake is van zeer forse leegstand in het commercieel vastgoed is algemeen bekend. Nadat eerst de kantorenmarkt hiermee te maken kreeg, krijgt nu ook de retailmarkt hiermee te maken. Meer en meer wordt de winkelstraat gekenmerkt door leegstand. Een combinatie van recessie met de hand op de knip en de opkomst van e-commerce en e-shopping. Kijken, knijpen en passen in de winkel en vervolgens op internet voor de laagste prijs bestellen.

Leegstand
Deze leegstand wordt meer en meer problematisch, aan alle kanten hoor je bezwaren tegen nieuwbouw in het commercieel vastgoed. Zolang er nog leegstand is, niet meer bouwen. Uiteraard een utopie, want waarom is er leegstand? Exact, omdat er anders en beter beschikbaar is. Maar ik hoorde deze discussie ook over de woningmarkt. Stop met het bouwen van starterswoningen, was het credo.

Duh?
Dat was een vreemd geluid om te horen. Niet alleen is de bouw een cruciale werkgelegenheidsmotor die op z'n rug ligt met de pootjes omhoog en wel wat hulp kan gebruiken. Ook is er een verwacht tekort aan woningen binnen onafzienbare tijd, door de totale stilval van de bouw. Maar toch zat er wel wat in. Duidelijk is dat de starters de katalyserende factor op de woningmarkt zijn. Het lijkt me dat we het met z'n allen daar wel over eens zijn. De starter kan een cascade aan reacties geven die de stagnatie op de markt doorbreekt.

Nieuwbouw
Maar inderdaad, wat gebeurt er als de starter een nieuwbouwstarterswoning koopt? Inderdaad, helemaal niets! Er komt geen dynamiek op gang, het is een geïsoleerde transactie. Terwijl er op dit moment zat bestaande starterswoningen te koop staan. Als die worden gekocht, gaat de huidige bewoner op zoek naar een volgend huis en komt de cascade op gang.

Starters
Dus wat dat betreft was ik toch wel vrij snel om, stop met het bouwen van starterswoningen, zolang er nog bestaande starterswoningen te koop staan. Dat is goed voor de dynamiek op de markt, dat is goed voor de bouw, dat is goed voor Nederland! Of mis ik iets?




Ed van de Bijl schreef deze column als directeur van Vastgoed Pro, de Nederlandse beroepsvereniging voor vastgoedprofessionals. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

De binnenvaart vraagt de crisisstatus aan, zodat de overheid van Brussel mag ingrijpen. De sector kampt met vergelijkbare problemen als de vastgoedsector. Rudy Stroink wil voor vastgoed ook die status, en draagt vast wat maatregelen aan.

De binnenvaartschippers hebben het moeilijk. Er is sprake van overcapaciteit en ze dreigen sluizen te blokkeren als er geen maatregelen worden genomen door de regering. Ik weet niet precies wat ze willen, in ieder geval een forse reductie van het aantal boten en ze willen boetes tegen te lage prijzen.

De minister heeft al gereageerd. Ze mag niet ingrijpen van Brussel. Dat is concurrentievervalsing, liever dat ze elkaar volledig dood concurreren op prijs, dan dat we een helpende hand door de overheid kunnen toestaan. Over de radio zei de minister, als goedmakertje, dat ze wel in Brussel een speciale crisis status voor de Nederlandse Binnenvaart gaat aanvragen, dan schijn je namelijk wel te kunnen ingrijpen. De Belgen gaan dat ook doen, die zitten in hetzelfde schuitje.

Toen bedacht ik me dat de ministers vergeten zijn een crisisstatus voor de Nederlandse vastgoedsector aan te vragen in Brussel. Om eerlijk te zijn, ik wist niet dat het kon. Lijkt me wel een slimme stap. Ik wil niets afdoen aan de problemen van de binnenvaart, maar ik merk dat ze identiek zijn aan die van de vastgoedsector. We hebben een overcapaciteit in dure appartementen, kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen, maar we weten ook dat het probleem een megafactor groter is, maatschappelijk gezien. Dus ik ben al op zoek gegaan naar het aanvraagformulier crisis op de website van de Europese Unie. Niet gevonden, maar waarschijnlijk is er wel een ambtenaar die het kan opsnorren.

Ik vind overigens niet dat de overheid de crisis kan oplossen, dat misverstand wil ik graag wegnemen. Ik ben al blij als ze het niet erger maken. Als we de crisisstatus zouden krijgen, stel ik de volgende acties voor:
  • Landelijk prioriteiten stellen, welk probleem gaan we als eerste oplossen. Iedereen is vooral met zichzelf bezig en dat is een beetje zonde van de energie en het geld. 
  • Nieuwbouwlocaties terugbrengen.
  • Slopen van panden interessant maken via fiscale maatregelen.
  • Verduurzaming en onderhoud afdwingen, zodat eigenaren blijven investeren in woningen en de gebouwde omgeving.
  • Huurwetgeving op de schop om scheef wonen te voorkomen en het voor eigenaren makkelijker maken woningen (tijdelijk) te verhuren.
  • Banken dwingen meer kredieten ter beschikking te stellen voor hypotheken, een goed gesprek over maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt me hier op zijn plaats.
Wat me tegenvalt in het crisismanagement tot nu toe is dat er een volkomen gebrek aan medeleven is bij de rijksoverheid over waar de schoen nu exact wringt. Alsof ze het probleem niet willen onderkennen en stilletjes hopen dat het vanzelf weer goed komt. We hebben een structurele correctie op vastgoedprijzen, uitkomende op rond de 20% en een totaal gebrek aan liquiditeit, omdat banken massaal zijn gestopt leningen te verschaffen.

Over dat waardeverlies moeten we het maar niet hebben, dat is niet anders, die liquiditeit is nu belangrijk. Het zorgt ervoor dat er weer gekocht en verkocht wordt en dat brengt op zijn beurt weer een keten van gebeurtenissen op gang. De meeste meubels worden gekocht naar aanleiding van een verhuizing, en verbouwen doe je makkelijker als je weet dat je de investering terugkrijgt als je het huis verkoopt. Het belangrijkste is dat we weer een nationaal treintje met doorschuif kopers op gang moeten helpen.

Blijft de vraag waarom binnenschippers makkelijker gehoor krijgen dan de woningsector. In de eerste plaats omdat we geen sluizen kunnen blokkeren. Woningbezitters en huurders hebben weinig middelen om te overtuigen. Misschien met z’n allen ophouden met aflossen bij de bank? Zou dat zoden aan de dijk zetten? Gaat natuurlijk wel opvallen. We storten het geld dan wel op een nationale rekening: Heilige Huisjes, met als doel om een fonds op te richten om woningverkopen op gang te brengen.

We maken het geld weer over aan de banken als ze beloven de rem van huizenhypotheken af te halen en vooral starters moeten ze de kans geven een huis te kopen. Het herstel komt van onderen op.



Rudy Stroink schreef deze column als 'founding father' van het vastgoedbedrijf Dutch Spring.. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Hij was zonder meer één van de grootste architecten uit de geschiedenis: Le Corbusier. Hij is een pionier van Het Nieuwe Bouwen en paste als een van de eersten gewapend beton toe als constructiemateriaal voor woningen. Met spectaculaire resultaten, want dat maakte grote overspanningen mogelijk, grote raampartijen en een vrije indeling van de woning. De beeldtaal die wij 'moderne architectuur' noemen is voor een belangrijk deel geïnspireerd op de werken die Le Corbusier een kleine 100 jaar geleden bedacht.

Wellicht kan de architect nu werkelijk toetreden tot de Galerij der Groten. Het Werelderfgoedcomité van Unesco vergadert in juni en besluit dan of zij één van de gebouwen van Le Corbusier toevoegt aan haar Werelderfgoedlijst. Onze eigen Gerrit Rietveld staat al op de lijst, met het Rietveld Schroderhuis dat nu zo'n 90 jaar oud is. Acht andere Nederlandse bouwwerken staan er ook op, maar zijn van veel oudere datum.  

Het mag dan ook bijzonder heten als het comité besluit dat La Cité Radieuse in Marseille, ook wel bekend als l’Unité d’Habitation, de Erfgoedlijst gaat halen, want dit gebouw stamt uit de jaren '50 van de vorige eeuw en is dus relatief jong. Het gebouw kan als opmaat gezien worden voor de vele wederopbouwflats die in ons land 10 tot 20 jaar later werden gebouwd. Le Corbusier wilde een flatgebouw maken waarin alle functies een plek kregen die bewoners nodig hadden. Compleet met crèche, winkels en sportfaciliteiten. En in totaal ruim 300 woningen die de architect gedetailleerd en zo efficiënt mogelijk voor de bewoner probeerde in te richten. Van particulier opdrachtgeverschap was immers nog geen sprake. 


20

Waarom is voor veel high tech bedrijven Silicon Valley een must, terwijl andere branchegenoten juist zweren bij het Brabantse Veldhoven? Zef Hemel zoekt het uit.

Onder de kop 'Liever Veldhoven dan Silicon Valley' verscheen onlangs in NRC Handelsblad een opzienbarend interview met Eric Meurice, de Franse topman van hightechbedrijf ASML. "Hij vertrouwt op innovatie, maar je weet nooit wanneer het werkt." Je zou van Meurice een verhaal over het succes van de Eindhovense regio verwachten. Daar is ASML immers gevestigd. Niets is echter minder waar. In plaats daarvan krijgt de lezer een verhaal over het dorpje Veldhoven voorgeschoteld. "Ons verdienmodel is gebaseerd op heel veel investeren in een klein dorpje – Veldhoven. Zo ontwikkelen we kennis die superieur is aan concurrenten als Nikon en Canon. Hier stoppen we mensen in een 'aquarium', afgesloten voor de buitenwereld." Meurice denkt dat zijn bedrijf het niet gered zou hebben in Silicon Valley. "In Silicon Valley zouden we na twee jaar twintig procent van onze werknemers kwijt zijn." Anders gezegd, de Eindhovense regio is helemaal geen hightechregio. Er zijn daar in ieder geval geen concurrenten. "Als we zoveel geld hadden besteed in Silicon Valley zouden we het niet gered hebben."

Wat een verschil met het verhaal van burgemeester Bloomberg van New York! Zijn ambitie om van New York een 'Silicon Alley' te maken heeft een volstrekt andere achtergrond. De metropool New York wil internethoofdstad van de wereld worden. Er kan daar geen concurrentie genoeg zijn. En het werkt! New York telt na Silicon Valley de meeste startups. Rond Union Square, hartje Manhattan, vestigden zich de afgelopen jaren honderden nieuwe techbedrijfjes. De metropool zet vooral in op onderwijs. Op Roosevelt Island heeft ze ruimte gemaakt voor een nieuwe technische universiteit – een samenwerkingsverband van Cornell University en de technische universiteit van Haifa. Bloomberg: "De beloning is dat we nieuwe banen creëren. Bedrijven vestigen zich op de plekken waar talent zit." Google investeert nu stevig in New York. Aan Ninth Avenue heeft het grootste internetbedrijf ter wereld onlangs een groot bouwblok gekocht. Ook Spotify is er neergestreken. Het bedrijf uit Silicon Valley zoekt aansluiting bij de advertentiemarkt, bij de marketingbedrijven en bij het nieuwe talent. Ook kan het zo makkelijk de kleintjes opeten door ze simpelweg op te kopen. Twee verhalen over innovatie. Het dorp versus de metropool. Het aquarium versus de mierenhoop. De monopolist versus de concurrentie. Wat een verschil!




Zef Hemel schreef deze column als directielid bij de gemeente Amsterdam en bijzonder hoogleraar Grootstedelijke Vraagstukken. Lees meer over Zef Hemel en andere columnisten van Spacemakers.

20

Leon Bobbe (Dudok Wonen) doet aan crowd sourcing. Wie kan hem helpen zijn schema over missie', 'identiteit', 'reputatie' e.d. verder te verfijnen?

'Hoe vertel ik mijn collega's waarom we naast onze missie en kernwaarden ook nog merkwaarden hebben?' Die vraag werd mij gisterochtend aan het ontbijt gesteld. Het zijn van die vragen waarin je je snel verslikt. Nu heb ik de afwijking dat ik altijd direct schema's begin te maken. Het papier was al snel gevuld met een eerste opzet. 'Pas als je mensen het geheel laat zien, kunnen ze ook de verschillende delen begrijpen en plaatsen', mompelde ik nog met een wijze blik.

Nu zijn dit soort vragen niet echt simpel. Ga er maar eens een boek op naslaan en iedereen heeft andere definities van dit soort begrippen. En iedereen plaatst het ook in een andere context. Dus ik voelde geen terughoudendheid om het geheel in mijn eigen taal te beschrijven. Tussendoor werd ik ook nog even subtiel gecorrigeerd: 'Imago als begrip is in het communicatiehandboek van Van Riel al lang vervangen door reputatie.'

Al schrijvende werd ik me bewust dat ik geen boek ken dat begrippen als 'missie', 'identiteit', 'reputatie' e.d. in één schema samengevat. Ik kreeg steeds meer plezier in mijn schema, maar twijfelde toch ook of het klopte. 'Maar daar is internet toch voor', werd mij voorgehouden. 'Je laat echte specialisten meedenken. Dat heet crowdsourcing.'

Daarom hieronder het schema. De essentie van door mij gemaakte schema's, is dat je het geheel overziet. En dat het kernachtig moet zijn en dus per definitie niet volledig is. Als je vijf dingen kan verzinnen, moet je proberen het terug te brengen tot twee dingen. Less is more. Welke communicatie-adviseur of strateeg helpt mij om de vakjes nog scherper in te vullen of te herordenen?




Leon Bobbe is directeur-bestuurder van woningcorporatie Dudok Wonen.  Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers

20

Wie wil er niet gratis en dagelijks op de hoogte zijn van het actuele vastgoednieuws? Spacemakers biedt je de mogelijkheid. We brengen je elke (werk)dag een overzicht van de het relevante nieuws in je mailbox. Zo begin je de dag met een compleet overzicht van de relevante berichten.

Vul hieronder het mailadres in waarop je de berichten wilt ontvangen en bevestig je inschrijving via de email die je wordt toegestuurd. Dan ben je vanaf morgen helemaal up to date.




20

Per 1 juli wijzigen de regels voor NHG. Ed van de Bijl schijnt zijn licht op de gevolgen.

Afgelopen week werd VastgoedPRO benaderd door het vakblad Vastgoed inzake de aanpassing van de NHG normen per 1 juli. Of er nog positieve impulsen door deze te verwachten zijn. Was het maar waar, wat er gebeurt zijn in mijn ogen zaken die juist een negatieve impact hebben.

Tijdelijk
De verhoging van de NHG grens was ingesteld als stimulering van de mobiliteit op de woningmarkt, als impuls om de verkopen te ondersteunen. Maar als ik het mij goed herinner, werd op bijna exact hetzelfde moment het leenregime verengd, het werd moeilijker om leningen te krijgen. Met name voor starters op de markt en voor mensen zonder vaste aanstelling, had dit invloed. De impact van deze NHG maatregel was derhalve dan ook niet echt te merken. Aan de andere kant, als deze niet was ingevoerd, was het aantal transacties misschien nog meer gedaald. We zullen het nooit weten. Maar wel was bekend dat het een tijdelijke maatregel zou zijn.

Toen
Bij het invoeren echter, was natuurlijk niet bekend dat de toch al ingezakte woningmarkt, in het eerste kwartaal van 2013 nog meer zou inzakken dan voor mogelijk werd geacht. Als de cijfers van het eerste kwartaal zich zo voortzetten, worden er dit jaar misschien nog geen 100.000 woningen verkocht. Een historisch dieptepunt. Aan alle kanten wordt gemeld dat het consumentenvertrouwen en de woningmarkt, plus de bouw, dé sleutel zijn voor economisch herstel. En juist nu worden de NHG maatregelen genomen.

Gevolg
Niet alleen gaat de maximale hoogte van de NHG omlaag van € 320.000,- naar €290.000,-, ook de borgtochtprovisie gaat omhoog van 0,70% naar 0,85%. Een stijging van ruim 20%! Tel daarbij op dat ook de woonquote negatief wordt bijgesteld, het maximaal te lenen bedrag ten opzichte van het inkomen, met bijna 10%, dan kan je er donder op zeggen dat dit geen positief effect op de woningmarkt zal hebben. En dat, terwijl we die positieve impuls nu net zo hard nodig hebben. Niet alleen in het belang van makelaars en taxateurs, maar in het belang van de BV Nederland.

Positivisme
Nou ja, van onze MP Rutte heb ik gehoord dat we niet moeten somberen en positief in het leven moeten staan. Mevrouw van de Bijl heeft zelfs al het advies om meer uit te geven ter harte genomen en de daad bij het woord gevoegd. Kunnen we dan helemaal niets positief zeggen over de nieuwe NHG regels? Nou vooruit dan. De kostengrens voor woonwagens gaat omhoog van €132.969 naar €136.570. Maar eens kijken wat voor een impuls dat gaat geven.



Ed van de Bijl schreef deze column als directeur van Vastgoed Pro, de Nederlandse beroepsvereniging voor vastgoedprofessionals. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

'Het zijn andere tijden', concludeert Jim Schuyt als hij minister Blok hoort zeggen dat er geen nieuwe woningen meer nodig zijn. 

Subsidies moeten opnieuw worden uitgevonden
Dat minister Blok wil dat corporaties alleen nog maar sociale huurwoningen bouwen en beheren, is geen nieuws. In een debat met vertegenwoordigers van gemeenten, beleggers, ontwikkelaars en corporaties werden zijn drijfveren duidelijk. Zonneklaar is dat in de ogen van de minister het middeldure huursegment koste wat kost het domein van de markt moet worden. Volgens hem is een beperkt speelveld ook een goed middel om corporaties tegen ‘overvragende gemeenten’ te beschermen. Dat er zo weinig private beleggers middeldure huurwoningen bouwen, komt door de corporaties. Doordat corporaties ook middeldure huurwoningen bouwen, is dit segment voor private investeerders niet meer interessant. De minister werd gewezen op de gevolgen: de vernieuwing van de wijken komt in de versukkeling als corporaties geen gemengde bouwprogramma’s in de stadsvernieuwingswijken meer mogen bouwen. Beleggers investeren niet in deze wijken. Dit geluid kwam niet alleen van corporaties. De gemeente Rotterdam benadrukte dat de vernieuwing van Rotterdam Zuid in de problemen komt als corporaties aan de kant moeten blijven staan. Private partijen investeren niet in moeilijke gebieden. Als alle heil van de markt wordt verwacht, aldus de vertegenwoordiger van Rotterdam, verloedert Zuid. De minister gaf geen krimp. Hij vindt dat als hij nu niet ingrijpt, over 10 jaar nog steeds het probleem bestaat dat private investeerders niet in middeldure huurwoningen investeren. Tekenend was zijn retorische vraag: als een belegger het risico te groot vindt om middeldure huurwoningen in een vernieuwingswijk te bouwen, waarom zou een corporatie dat risico wel moeten nemen? Laat ik nou altijd gedacht hebben dat corporaties worden aangesproken als de markt het laat afweten. Deze minister is bereid een hoge prijs te betalen om marktwerking te bevorderen. Als corporaties geen middeldure huurwoningen meer bouwen en bezitten, ontstaat er een gat in de markt en private investeerders springen hierin. Marktwerking is heilig. Dat dit vele jaren gaat duren en de mensen in de stadsvernieuwingswijken hiervan de dupe worden, neemt de minister blijkbaar op de koop toe.

Einde revolving fund
Door de crisis staat de waardegroei van woningen onder druk. Ook als de crisis op de woningmarkt is overgewaaid, keren de gouden tijden van weleer niet terug. Het beperken van het speelveld van corporaties zet de waardegroei verder onder druk. Door in wijken te investeren komt een wijk er weer bovenop en neemt de waarde van de woningen toe. Tot op heden was dit een beproefd recept. Als de wijkvernieuwing stopt, stopt ook de waardegroei. Als de corporaties alleen nog maar sociale huurwoningen mogen bouwen, werkt de corporatie als revolving fund niet meer en moeten de objectsubsidies die corporaties tot 1995 ontvingen, opnieuw worden uitgevonden.

Als het aan de minister ligt mogen corporaties geen nieuwe middeldure huurwoningen meer bouwen. Daarnaast wil de minister dat corporaties bestaande woningen met een huur boven de €681 per maand in een aparte rechtspersoon onderbrengen. Nu moeten deze woningen administratief worden gescheiden. Het perspectief wordt: juridisch scheiden. Op de langere termijn verandert dit het wezen van corporaties. Nu betekent het huren bij een corporatie niet dat je het niet hebt gemaakt. Op een verjaardag kun je er prima mee voor de dag komen. Als corporaties alleen maar woningen bezitten voor huishoudens met een laag inkomen, gaat dit veranderen. Zoals in het verleden de vraag werd gesteld: ‘zit jij nog in het ziekenfonds,’ is straks de vraag: ‘ben je nog steeds aangewezen op het huren bij een corporatie?’

Investeringen zijn niet zo nodigIn het debat bleek ook dat minister Blok vindt dat er niet meer woningen hoeven te worden gebouwd. Er is volgens de bewindsman geen uitbreidingsvraag. Zeker als de echte huurprijs wordt gevraagd, is er volgens hem geen grote woningvraag. Ook van de lange wachtlijsten bij corporaties is de minister niet onder de indruk. De lange wachtlijsten komen volgens de minister van wonen door het ‘mooie aanbod’. Hij zou wel eens willen weten hoe lang de wachtlijsten zijn als er een prijs wordt gevraagd die bij de aangeboden kwaliteit past. Lang leefden corporaties in de veronderstelling dat het belangrijk was om te investeren. Minister Blok relativeert dit belang.

Marktwerking ten koste van alles, meer nieuwe woningen zijn niet meer nodig en de lange wachtlijsten voor een sociale huurwoning zijn niet echt. Het zijn andere tijden.



Jim Schuyt schreef deze column als directeur-bestuurder van woningcorporatie De Alliantie. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

Minister Stof Blik van Autorijden moet verstek laten gaan tijdens de kroning van Willem-Alexander, die vandaag plaats vindt. Blik heeft de Eerste Kamer beloofd om voor 1 mei 2013 met een samenhangende visie op autorijden te komen, maar deze is nog niet gereed. Blik heeft daarom besloten niet naar het feest te gaan, maar eerst zijn huiswerk af te maken. “Bij de behandeling van mijn laatste wetsvoorstel was het kantje boord bij de Eerste Kamer. Het zou van minachting getuigen als ik mijn stukken nu te laat aan zou leveren”, aldus de minister.

Hij ontkent geruchten dat het hem zwaar valt om met een samenhangende visie te komen. “In tegendeel, ik laat mij daarvoor assisteren door een zeer ervaren tekstschrijver, John Ubocht. Die schreef eerder ook teksten voor Marco Borsato. We hebben bedacht dat heel Nederland ons mag inspireren met suggesties. Samen met Ubocht maak ik er dan een geheel van. Hij heeft daar veel ervaring mee” Blik prijst zich gelukkig dat Ubocht beschikbaar was “Hij zou ook een belangrijke rol hebben bij de kroning, maar opereert bij nader inzien toch liever in de luwte. Die kans greep ik met beide handen aan.”

Willem-Alexander betreurt de afwezigheid van Blik tijdens het feest . “Het is altijd een verademing om naar deze minister te luisteren. Ik bewonder de manier waarop hij relevante discussies uit de weg gaat en lastige vragen ontwijkt. Daarin is hij voor mij een groot voorbeeld”.

Blik zegt er alles aan te doen om om half 8 ‘s avonds, bij het zingen van het Koningslied, alsnog aan te sluiten bij het feestgedruis. Hij benadrukt op zijn beurt diep respect te hebben voor de koning: “Door de regen en de wind blijf ik naast hem staan. Ik bescherm hem tegen alles wat komt. Ik zal waken als hij slaapt en behoed hem voor de storm. Ik hou hem veilig zo lang ik leef”.

20

Moet een makelaar onafhankelijk zijn? Niet van deze tijd, zegt Ed van de Bijl. Hij moet gewoon zijn opdrachtgever dienen. 

Deze week was ik deelgenoot van een discussie over handel in onroerend goed door makelaars. Voor velen een gruwel en vloeken in de kerk, voor anderen een onderdeel van het werk. En voor sommigen stiekem een lang gekoesterde wens. De kern van de vraag, is het nog van deze tijd om dit te verbieden voor makelaars? Even de achtergrond. De oorsprong van het verbod zit in de tweezijdigheid. De makelaars was ooit echt de matchmaker, die twee partijen bij elkaar bracht, en zowel de koper en verkoper vertegenwoordigde. En ook van twee kanten courtage ontving. Absolute onafhankelijkheid was dus noodzakelijk: dus een verbod op handel voor eigen gewin.

Later
De tweezijdigheid is inmiddels allang verleden tijd, net als goed verdienen, het verbod op handel wordt nog steeds gehanteerd door VastgoedPRO en NVM. Formeel. Maar, kijk je in de hele vastgoedketen, dan vindt overal 'ketenintegratie' plaats, zowel forward als backward. Projectontwikkelaars gaan zelf makelen. Bouwers gaan zelf ontwikkelen en makelen. Corporaties gaan zelf bouwen en makelen. Iedereen probeert linksom of rechtsom, vooruit of achteruit, extra penningen te genereren, waarbij niemand gek opkijkt. Een makelaar bij een corporatie? De gewoonste zaak van de wereld. Maar een makelaar die zelf gaat inkopen of ontwikkelen, dat kan niet!.

Consumenten
Ik hoorde in die discussie ook het standpunt van de consument. Stel een makelaar zegt tegen een consument: ik kan uw huis voor € 300.000,- verkopen, zal me waarschijnlijk vijf maanden kosten. Geeft het advies om dit na te vragen, second opinion te vragen bij meerdere makelaars. Komen allemaal tot hetzelfde advies, € 300.000,- in vijf maanden. Maar zegt die makelaar, ik ben ook bereid om uw huis nu te kopen voor € 280.000,- en probeer dan zelf die € 20.000,- te verdienen. U bent direct van het huis af, ik verdien er wat leuks aan. Niet veel anders dan dat u uw auto naar een occasion garage brengt. Die geeft u er € 10.000,- voor en verkoopt deze voor € 12.000,-. Buy low, sell high, het adagium van de westerse economie. Zouden consumenten daar bezwaren tegen hebben?

Historisch
De historische onafhankelijkheid is in ieder geval verleden tijd. Als geen andere hoort een makelaar niet onafhankelijk te zijn, deze dient zijn opdrachtgever immers te dienen. De taxateur, jazeker, die moet onafhankelijk zijn, maar de makelaar juist niet. Alle andere partijen in de vastgoedkolom nemen ketenonderdelen over, alleen de makelaar nog niet. Omdat deze het niet wil, of omdat deze het niet kan. Ik denk dat sommigen best zouden willen handelen, maar simpelweg de middelen er niet voor hebben. Is dit een oproep om handel voor makelaars vrij te geven? Nee, dat niet. Maar wel om na te denken waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Want doen omdat we het altijd deden, dat is zo 2012…



Ed van de Bijl schreef deze column als directeur van Vastgoed Pro, de Nederlandse beroepsvereniging voor vastgoedprofessionals. Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

"Drie vingers in de lucht. Hou je veilig!" Rob Mulder verheugt zich op de woonvisie die Minister Blok, volgens belofte uiterlijk op Koninginnedag, moet gaan presenteren. 

Minister Blok moet uiterlijk op Koninginnedag 2013 zijn beleidsvisie op de woningmarkt aan de Eerste Kamer sturen. Beloofd is beloofd. Maar gaat-ie dat redden? Boze tongen beweren dat hij met zijn handen in het haar zit. Dat-ie de teksten maar niet op papier krijgt. Dat is raar, want inhoudelijk liggen de bouwstenen voor het oprapen. Zo biedt bijvoorbeeld het rapport van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen een prima basis voor zijn toekomstvisie. Het is een kwestie van aanhaken.


Rapport
Twee weken geleden presenteerde de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen haar rapport over de prijsontwikkelingen op de woningmarkt in de afgelopen twintig jaar. Vereniging Eigen Huis is blij met het rapport. Er zijn grote overeenkomsten met debijdrage van de vereniging aan het onderzoek. Twee lessen voor de toekomst trekken de aandacht:

1. de consument moet centraal komen te staan op de woningmarkt;
2. de overheid moet de regie nemen.

Consument
De huidige problemen op de woningmarkt houden deels verband met het feit dat het aanbod zich de afgelopen 20 jaar nauwelijks iets heeft aangetrokken van de vraag naar woningen. Dat geldt zowel ten aanzien van het aantal woningen, het type woningen, als de plek waar de woningen staan. Het is belangrijk dat het aanbod van woningen de komende decennia veel beter wordt afgestemd op de vraag ernaar, met andere woorden dat de consument centraal komt te staan. Tekorten in het aanbod leiden in combinatie met een groeiende vraag immers tot een hogere prijs dan nodig.

Regie
Een belangrijk kritiekpunt op de overheid is dat zij de afgelopen 20 jaar de ontwikkelingen op de woningmarkt op hun beloop heeft gelaten. Voor een beter beleid in de toekomst moet de overheid de regie nemen. Dat schikt, want we hebben tegenwoordig een minister voor Wonen! Het is in theorie dus afgelopen met de situatie dat de linker hand niet weet wat de rechter doet. Denk bijvoorbeeld aan de bewindspersonen die verantwoordelijk zijn voor achtereenvolgens de volkshuisvesting, voor de ruimtelijke ordening, de marktwerking en de fiscaliteit. Er is nu één bewindspersoon die dit allemaal kan coördineren: de minister voor Wonen, de heer Stef Blok. Pure winst, maar dan moet hij wel doen.

Visie
Omgekeerd is het rapport van de Tijdelijke Commissie Huizenprijzen voor minister Blok een uitgelezen kans om uiterlijk op Koninginnedag met een onderbouwde visie op de woningmarkt te komen, zoals hij de Eerste Kamer heeft beloofd. De analyse ligt er al. Hij hoeft 'm alleen maar door te trekken. Blok blikt vooruit, daar hoop ik op. Drie vingers in de lucht. Hou je veilig!



Rob Mulder schreef deze column als directeur strategie en belangenbehartiging bij Vereniging Eigen Huis (VEH). Lees hier meer over de actuele columnisten van Spacemakers.

20

De luchtkwaliteit in Nederland is slecht. Zef Hemel ziet als één van de oorzaken de weigering van Nederland om grote steden te bouwen.
Alarmerend nieuws was het. Nederlandse lucht voldoet lang niet aan de normen die de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Unie hanteren. Dat was de strekking van een recent artikel in NRC Handelsblad. Jaarlijks sterven zo'n drieduizend Nederlanders vroegtijdig door blootstelling aan fijn stof en ozon. Dat is bizar veel. Wat heet. Nederland scoort het hoogste van heel Europa. Oorzaken: de intensieve veehouderij en het autoverkeer. Beide zijn naar verhouding extreem. Op de Veluwe, in Brabant en in Limburg is het slecht gesteld met de luchtkwaliteit vanwege de intensieve veehouderij. Ook rond de verkeersknooppunten Utrecht en Amsterdam is ze ronduit beroerd. Echter, de allerslechtste luchtkwaliteit wordt gemeten in Rotterdam, Den Haag en het Rijnmondgebied. Dat kan niet aan intensieve veehouderij of autoverkeer alleen te wijten zijn; de bron is daar de havenindustrie die de stedelijke bevolking in het hele westen van het land in haar greep houdt.

De rest van het artikel gaat over de betrouwbaarheid van de metingen. Ook wordt gesteld dat het autoverkeer in en rond de grote steden zou moeten worden stilgelegd. Dat lijkt me een volstrekt onjuiste conclusie. De grote steden zijn niet verantwoordelijk voor het vele autogebruik. Integendeel, dat extreme autoverkeer wordt juist veroorzaakt door jarenlang spreidingsbeleid: ruimtelijk beleid dat er op gericht was de steden in het westen vooral niet te laten groeien. Groeikernen, industriekernen, VINEX-locaties, ze moesten er voor zorgen dat er geen grote steden konden ontstaan. Het gevolg van dit anti-stedelijke beleid: overbelaste autowegen, onderbenut openbaar vervoer, filerijden. De kaart van Nederland met de bedroevende scores van luchtkwaliteit spreken wat dat betreft boekdelen. Verbetering van de Nederlandse luchtkwaliteit kan maar op twee manieren: grote steden bouwen en stoppen met de bevordering van de intensieve veehouderij. Beide maatregelen lijken in dit vieze land onbespreekbaar. De nationale schoorsteen moet roken.


Zef Hemel schreef deze column als directielid bij de gemeente Amsterdam en bijzonder hoogleraar Grootstedelijke Vraagstukken. Lees meer over Zef Hemel en andere columnisten van Spacemakers.

20